De bedijking van de Mosselbanken
Zie ook: Omrijden is verleden tijd De inham die tussen Biervliet en Neuzen ontstond werd Braakman of Dullaert genoemd. Dat laatste omdat het water er verschrikkelijk te keer kon gaan. Er was een kilometerslange dijk nodig om al dat watergeweld een beetje in toom te houden. Toen die in 1488 doorbrak en het water zowat al het land tot aan Axel opruimde, moest er meer naar het oosten een nieuwe dijk gelegd worden die in 1492 gereed was. We kennen die thans als de Graafjansdijk. Die vormt de ruggengraat waarlangs Westdorpe - eigenlijk Nieuw-Westdorpe, want het oude lag in het overstroomde gebied- gebouwd werd. Verderop liggen op de flanken ervan nog buurtschappen als Schapenbout en Driewegen ('t Naaikussen). Voor die dijken vond schorvorming plaats. Daaruit werden al in 1504 de Sint-Jans- en in 1520 de Nicasiuspolder bij Boekhoute bedijkt. Op het huidige Nederlandse grondgebied was de polder Stad Philippine in 1505 de eerste. Allengs werd het land heroverd en de Dullaert getemd. We gaan niet alle polders opnoemen die er gewonnen werden, maar de aan het dorp Hoek en de Braakman grenzende Loven- en Koudepolder werden bedijkt in respectievelijk 1542 en 1545. De Angelinapolder ten zuiden van Biervliet werd in 1847 als een eiland bedijkt. Die opwas werd ook wel Savoyaard genoemd. Het verhaal wil dat twee Savoyaarden-inwoners van Savoie, een landstreek in Frankrijk tegen de Italiaanse grens daar, verdronken zijn. Het waren bedelaars die de Biervlietse kermis bezocht hadden en die de Braakman over wilden steken. Ze werden door het opkomende water verrast en ze verdronken. Het verhaal schijnt waar te zijn, alleen de plaats niet, die lag veel noordelijker waar later de afsluitdijk zou komen te liggen. Aan de kant van Philippine werd in 1866, ook als een eiland, de Kleine Stellepolder bedijkt. Door inpoldering van de Grote en de Kleine Isabellapolder in 1794 werd het water zover teruggedrongen dat er op Nederlands grondgebied een verbinding over land ontstond tussen het Vierde en het Vijfde District, tussen West- en Oost-Zeeuws-Vlaanderen. Ook in de 20e eeuw ging de bedijking door. We noemen slechts de Van Dunnépolder bij Isabellasluis uit 1907 en de Dijckmeesterpolder ten westen van Philippine in 1920. Toen kwam het laatste gedeelte aan de beurt, het schorren- en slikkengebied dat nu Braakmanpolder heet. Het betekende voor de vissers van Philippine en Boekhoute dat daarmee hun open verbinding met de Westerschelde verloren zou gaan. Met de belangen van vissers werd echter zelden rekening gehouden, het winnen van landbouwgrond had bijna altijd prioriteit. Het bedijken zat ons nu eenmaal in het bloed en ook al was de landbouwkundige kwaliteit van het gebied niet zo erg hoog, veroverd moest er worden. In 1952 kreeg dat zijn beslag. Zou de Braakman er nu nog liggen zoals voor 1952, dan was de kans dat hij ingepolderd zou worden heel erg klein. Maar toen lagen de kaarten nog anders. De afsluitdijk kreeg de naam Wevelswaaldijk, naar de voormalige parochie Wevelswale die in die omgeving gelegen had. Ze werd in 1228 genoemd, maar is in 1375/76 ten onder gegaan. Achteraf gezien bleek de beslissing om te bedijken een gelukkige keuze geweest te zijn. De totale lengte van de zeedijk werd ruim tien keer korter: van 28 naar 2,7 kilometer. Zeedijken die eigenlijk te laag waren. Die van de Lovenpolder was in de jaren dertig van de vorige eeuw al verhoogd volgens het systeem De Muralt: een betonnen muur op de kruin van de dijk. Ze staat er nog en inmiddels zijn 'de muurtjes', zoals ze altijd genoemd worden, tot monument verheven. Hoe hoog of liever hoe laag de toenmalige zeedijken waren, kan ieder zelf zien die de weg van Hoek naar Biervliet berijdt: die is er niet doorheen gelegd zoals vaak gebruikelijk was, maar er over heen. Een gelukkige beslissing? In 1953 was er de bekende stormvloed die de 1-februariramp veroorzaakte. De oude dijken hadden die vloed nooit kunnen keren. De verwoestingen in de polders rondom en vooral in het aangrenzende Vlaamse achterland zouden verschrikkelijk zijn geweest. Na de bedijking van de Braakman bleef er ten noorden van de Wevelswaaldijk een schorrengebied over, de Mosselbanken. Rijk aan vogels met kolonies van kokmeeuw en visdief, met vele paren van de scholekster en de tureluur, met pleviertjes en ander klein grut dat de schorren bewoont. Inmiddels had zich sedert 1964 het chemiebedrijf Dow Chemical Nederland in de aan de Mosselbanken grenzende Nieuw- Neuzenpolder gevestigd. De provincie, met name gedeputeerde Kaland en consorten, had in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw megalomane industrialisatieplannen. Ze hoopte dat Dow nog eens om uitbreidingsmogelijkheden in westelijke richting zou vragen. De Mosselbanken moesten hoe dan ook bedijkt worden. Het bestuur van waterschap De Verenigde Braakmanpolders werd opgestookt een concessie aan te vragen. Dat gebeurde op 4 maart 1969. Van alle kanten werd bezwaar aangetekend. Waaronder het Comité Mosselbanken, de natuurbeschermingsorganisaties, de Gewestelijke Raad van Zeeland van het Landbouwschap, de Industriewatervoorziening Zeeuws-Vlaanderen, de ANWB, waterschap Het Vrije van Sluis, Visserijbelangen, Recreatieschap De Braakman, het college van B en W van Oostburg, tal van particuliere ondernemers en 5536 personen die het bezwaarschrift van het Comité Mosselbanken ondersteunden. Het mocht niet baten. Op 23 oktober 1975 viel het besluit: 'Wij, Juliana, enzovoort … verlenen concessie voor het ondernemen van een indijking van schorren en slikken, gelegen ten noorden van de Braakmanpolder in de gemeente Terneuzen ten behoeve van het verkrijgen van een industrieterrein voor Dow Chemical (Nederland) b.v. te Terneuzen.' Let wel, het was de provincie die de bedijking wilde, Dow heeft er nooit om gevraagd en het heeft van de 130 hectare grote polder ook nauwelijks of geen gebruik gemaakt. Uiterlijk twee jaar na het verlenen van de concessie moest er met het werk begonnen zijn en vier jaar daarna diende het voltooid te zijn. In 1977 was de bedijking een feit.
|
|