Duintjes in het relatief vlakke Zeeuws-Vlaamse

Zandheuveltjes tussen Heikant en Koewacht.foto Peter Nicolai
Op weg van Heikant naar Koewacht vinden we vlakbij Sint Andries een tweetal met dennen begroeide zandheuveltjes naast de weg.

Het is een landschapstype dat voor ons gevoel helemaal niet thuishoort in het relatief vlakke Zeeuws-Vlaamse polderland. Met dennenbossen begroeide heuvels associëren we immers met provincies als Noord-Brabant, Utrecht en Gelderland. Veel stelt het overigens niet voor – al met al een 3200 vierkante meter - maar er zit wel een hele historie aan die heuveltjes vast. Het zijn niet zomaar een paar zandhopen van bij wegwerkzaamheden of op andere wijze vrijgekomen grond. Ook die liggen er, maar deze behoren tot het ernaast gelegen tuincentrum.

Al in het begin van de achttiende eeuw vielen deze hobbels de toenmalige bewoners op. Er is een kaart van omstreeks 1718 van de Wildelandenpolder waarop we ter plaatse de aanduiding 'De heuvels genaamd' vinden. Ook toen in de jaren dertig van de vorige eeuw ter plaatse een nieuw wegvak moest komen in de verbinding Heikant naar Koewacht, trokken de zandhopen de aandacht van de toenmalige districtsingenieur van Zeeuws-Vlaanderen in dienst bij de provincie. Hij vermoedde dat het wel eens een geologisch en/of historisch belangwekkend hoekje kon wezen en vatte het plan op om ze voor het nageslacht te bewaren. Het lapje grond met de heuveltjes werd aangekocht als een overhoekje. Om te voorkomen dat iemand op de gedachte zou komen ze af te graven om het zand te verkopen, legaal dan wel illegaal, werd in het bestek een beplanting met dennen voorzien. Dat is gebeurd en een aantal van die dennen staat er nog steeds.

Wellicht is het daaraan te danken dat dit hoekje de wegverbeteringen van 1976 en die van enkele jaren geleden overleefde. Het is ondertussen wel diverse malen van eigenaar veranderd, van provincie naar de gemeente Axel en daarna naar Staatsbosbeheer.

Wat is er nu zo bijzonder aan die twee zandhopen? Daartoe dienen we een heel stuk terug te gaan in de ontstaansgeschiedenis van de streek. Op het eind van de laatste IJstijd werd onder invloed van de wind een deel van het zand van de Noordzeebodem – die toen dus grotendeels drooggevallen was – tot in onze contreien geblazen. We noemen dat dekzand en dat komt in een aantal evenwijdige ruggen in de grensstrook met België aan het oppervlak.

De weg van Sint-Jansteen naar Koewacht volgt grotendeels de bovenkant van zo'n dekzandrug, slechts onderbroken door de Boskreek.

We kunnen ons voorstellen dat die ruggen van nu in het verre verleden te vergelijken waren met de huidige duinenrijen. Verondersteld wordt dat die twee heuveltjes restanten zijn van een tweetal kleine duintoppen, dus een stukje oorspronkelijk en min of meer ongerept dekzand.

Dit maakt deze locatie uniek want overal elders zijn de dekzandruggen in de loop der tijden vergraven, voor het bedrijven van akkerbouw of het stichten van bewoningscentra. De meeste stadjes, dorpen en gehuchten in de grensstrook met België zijn immers gesticht op de dekzandruggen; hoog en droog bij wijze van spreken.

Er is nog een optie. Op het eind van de zestiende eeuw werden op enkele plaatsen de Westerscheldedijken doorgestoken en kwam praktisch de hele streek onder water te staan. Geulen ontstonden en ook de dekzandruggen werden door het binnenstromende zeewater aangevallen. Hierbij is de Boskreek ontstaan.

Door het zoute water stierf overal de vegetatie en de wind kreeg een poosje vrij spel. Op die manier kunnen nabij die doorbraakkreek nieuwe windduinen zijn ontstaan, waarvan die twee heuveltjes de laatst overgebleven restanten zijn. Kortom we weten het dus niet, maar ze liggen er wel en ze liggen er al lang.

Ondanks dat we dus niet de oorsprong kennen, hebben ze al lange tijd de mensen gefascineerd en zijn dus zeker de moeite waard om hen verder te behouden. Ook landschappelijk vormen ze een fraai element, een enigszins afwijkende noot.

Een dikke vijfentwintig jaar geleden werd eens de moeite genomen deze duintjes op planten te inventariseren. In die tijd zagen ze er heel wat anders uit dan nu het geval is. Behalve de tooi met de aangeplante dennen waren ze vrijwel geheel begroeid met diverse grassoorten waaronder gladde witbol, kenmerkend voor wat droger terrein.

De kant naar de polder toe was meer begroeid met struikgewas maar vanaf de weg was daar niet veel van te zien. Het was in die tijd goed te zien dat het hier een paar duintjes betrof. Thans is dat een stuk minder als gevolg van enkele drastische ingrepen, bijvoorbeeld het doodspuiten van alle vegetatie een flinke poos geleden. Eufemistisch werd het een beheersmaatregel genoemd, maar in feite was het een wandaad.

Hiervan heeft de oorspronkelijke grasbegroeiing zich nooit meer hersteld. Een dichte struiklaag is ervoor in de plaats gekomen die uiteraard – hoe kan het ook anders – het storten van tuinafval en ook andersoortig afval aantrekt.

Plannen zijn er genoeg voor dit hoekje waaronder opname in een fietsroute. Dat laatste zal spoedig het einde betekenen voor dit relict, al was het maar door de veroorzaakte erosie. Maar een bankje, een afvalemmer en een degelijk informatiebord moet toch kunnen. De terugkeer van de oorspronkelijke grasmat zou mooi wezen maar is waarschijnlijk een utopie. Sommige in gang gezette processen zijn immers vrijwel onomkeerbaar.

Music Store Axel Aanmelden Gall Axel
Contact
Afdrukken