..
Het ontstaan van de Axelse markt.. Axel is al heel vroeg een havenplaatsje geweest waar handelaars en vissers hun goederen konden verhandelen. Ook werd er omstreeks de dertiende eeuw al tol geheven door de heer Willem van Beveren, die met zijn familie in West-Vlaanderen en in het Waasland vele bezittingen had. Uit een Toltarief van september 1235 blijkt dat er behoorlijk handel werd gedreven door kooplui op de markt in de Stad Axel. In die Toltarieven, die bewaard zijn gebleven in de stadsarchieven van Wenen (A) en Rijssel (F), kwamen de volgende belangrijkste goederen voor: wol, kruiden, wijn, bier, turf, koren, zout, vis, hout, koeien, paarden en varkens. Schapenhandelaars die door of langs Axel trokken naar Hulst, Beoostenblide, Sint-Macharius (tegenwoordig Hughersluys bij Driewegen) of naar Biervliet, waar toen al met schepen handel werd gedreven op Londen (GB) en Hamburg (D), ontkwamen niet aan het betalen van tol.
In de veertiende eeuw beheerde de heer van Kruiningen de tol in Axel, maar omdat er wat moeilijkheden waren met de tolheffing met vissers en handelaren uit het Hellegat, verkocht "de thoolnare van axele’, Jan van Kruiningen, in 1440 de tolinning aan de heer Guido van Axel senior. Toen Margaretha van Ghistele, dochter van Joost van Ghistele de grote reiziger van Zuiddorpe, huwde met Jan van Curtenbach, heer van Helmond, kreeg ze als erfdeel de oude tol van de Stad Axel die nadien ook wel "de tol van Helmond" werd genoemd.
In de dertiende eeuw kende Axel, tussen enkele verwoestingen door, een redelijke welvaart. Uit de kroniek van Axel en omgeving wordt in een uittreksel, dat geschreven is door de Axelaar Jacob de Hont, (1487-1525) die kapelaan, organist, priester en ook nog ontvanger van de kerk van Axel is geweest, een vrij grote zeehaven omschreven, die gelegen lag aan de Butdijk ten westen van Axel. In deze door de natuur ontstane haven, niet ver van de grote markt, werden dagelijks door Zeeuwsche en Belgische vissers mosselen en verse vis aangevoerd. Toen later de toegang tot de haven verzandde bleef alleen "de Kerckhee", zoals deze haven werd genoemd, over, waardoor een prachtige visvijver ontstond.
Dat Axel gestaag groeide en een belangrijke plaats werd in midden Zeeuwsch-Vlaanderen, blijkt wel uit een bevestiging van Fhilips de Stoute, graaf van Vlaanderen, waarin hij de Axelaars, in 1399, het recht gaf om wekelijks, op zaterdag, een marktdag te houden. Dat het in die periode voorspoedig ging met de Axelaars, nadat de stad eerder door enkele branden en plunderingen totaal was verwoest, blijkt wel uit de gedichten die geschreven staan in dezelfde kroniek van De Hont waarin de stad AXELLA (Latijns) wordt genoemd.
Amas Xristum Eternaliter Laudans Labis Actualiter, vertaald betekent dit enigszins:
Christus eeuwig beminnende, Hem in het heden met de lippen prijzende.
Nog een ander loflied uit deze kroniek luidt:
O Axel, allerschoonste stad, Uw beemden en weiden, op wondere wijze stralend, die vruchten dragen, land van melk en boter vloeiend, zijn bloemrijk en spreiden natuurvolk van vrijheid. welriekende geuren. enz. .
En nu nog steeds, ruim 600 jaar na dato, heeft de Stad Axel een markt op zaterdag. . De hierboven getoonde plattegrond van de Stad Axel, getekend door Jacob van Deventer omstreeks 1555, is verloren gegaan op 17 mei 1940 te Middelburg. Een gekleurde aftekening ligt opgeslagen in het Alg. Rijksarchief, kaartenafd. DEF 10, nr 8 te 's-Gravenhage en een in Madrid, Bibl. Nacional, MS Res 207, nr 74, f. 64v . Bronnen: De Geschiedenis van Axel (Uitg. J. Niemeijer, Groningen) Archief Stad Axel en Dingeman de Koning. .
|