.
De Stad Axel Het stadje Axel (Gemaans agnos) wordt al in 991 in de archiefstukken genoemd als Axla. De naam wordt wel verklaard als "eksterbosje" (agnu = ekster en lauha = bosje), of als een samenstelling van akko met lo in de betekenis van "bosje op een hoge zandgrond". Axel ligt inderdaad op een zandrug van hoge ouderdom, waarin zelfs vondsten zijn gedaan uit ca. 9000 voor Christus, op de grens van Midden- en Jonge Steentijd. Andere woordverklaringen zijn ake-sele, zaal of kasteel van Ake; aqua-sele, zaal of kasteel aan het water. In 1183 (volgens sommige historici pas in 1213) gaf Philips van den Elzas, graaf van Vlaanderen, aan Axel stedelijke rechten en was er sprake van een stad. Axel lag in de Middeleeuwen in het gebied van de Vier Ambachten: Hulst, Axel, Assenede en Boekhoute. Het waren vier plattelandsdistricten, die in 1012 door de Duitse keizer Hendrik II aan de Vlaamse graaf Boudewijn IV in leen werden gegeven en die staatkundig één geheel vormden. Dat Axel in die tijd sterk afhankelijk was van Vlaanderen blijkt wel uit het gemeentewapen, nl. de leeuw hierin is afkomstig uit het stadswapen van Gent. .  Axel heeft vele rampjaren gekend. Een eerste verwoesting in 1248 door Jan van Avesnes die met razende woede de Vier Ambachten binnen viel en zonder genade het verwoestte, in brand stak en uitmoordde; ook het stadje Axel werd hierbij niet gespaard. Op Sint-Jansnacht in 1295 verbrandde heel de stad, deze keer was het niet door geweld maar door het midzomernachtfeest waarbij feestvuren werden ontstoken. In 1330 plunderden de Gentenaren de stad. Door een conflict in 1380 tussen graaf Lodewijk II van Male en de stad Gent werd de toevoer van graan door de graaf van Holland naar deze stad verboden. Door honger gedreven organiseerde Philips van Artevelde een bende van meer dan 3000 "buytmaekers" die het platteland moesten afstropen naar levensmiddelen. Ze sleepten daarbij ook veel vee en koren mee naar het thuisfront. Door de terreur van de Gentenaren werd o.a. Axel opnieuw verwoest in 1381. Een volgende verwoesting was in 1452, toen Philips de Goede met zijn legerbende door Axel trok en er "eenen asschen-hoop" van maakte. Dit was hoofdzakelijk uit woede omdat hij werd tegengewerkt, vooral door de Gentenaren, bij het opleggen van een zoutbelasting in Vlaanderen.  Ook in Axel was er in die tijd een bloeiende zoutnering, ongetwijfeld zal het buurtschap "de drie Schouwen" zijn naam te danken hebben aan de drie zoutketens die aan de zuidzijde van " 't kleyn Vaerdeken buyten deser stede" hebben gelegen. Drie dagen voor Pinksteren in 1453 keerden pas de meeste Axelaars terug naar de plaats waar eens hun huis had gestaan. Nadat zij hun stadje weer wat hadden opgeknapt en zelfs weer een nieuw schepenhuis in gebruik hadden genomen en een markt hadden aangelegd, is de stad in 1471 weer getroffen door een brand. Ruim honderd jaar later, op 26 juli 1574, staken de Watergeuzen Axel ook nog maar eens in brand, waarbij de stad geheel verschroeide. Tijdens deze laatste verwoesting is ook het kasteel "het Hof van de Heren van Axel", dat aan de Zuidsingel heeft gelegen, in rook opgegaan (zie 5 op de linkse illustratie). In 1583 viel Axel ook nog in Spaanse handen nadat zij de geuzen hadden verdreven, maar op 17 juli 1586 heroverden prins Maurits en Philip Sidney de stad voorgoed voor de Staatsen. . . . . . . .  . .(Illustraties: Voormalig gemeentewapen, de vesting van de Stad Axel in 1747, topografie Axel ± 1500 en de voormalige gemeentevlag) Bronnen: de Hoge Raad van Adel te ’s-Gravenhage / Over den Vier Ambachten (Uitg. Drukkerij Duerinck bv, Kloosterzande) De Geschiedenis van Axel (Uitg. J. Niemeijer, Groningen) / Zeeuwse Plaatsnamen ( Uitg. ADZ Vlissingen) Archief: Stad Axel en Dingeman de Koning
. .
|