De slag om Axel - 1944 (P. Scheele)Market Garden. Zestig jaar geleden
|
|
Dit jaar werden de Polen nadrukkelijk geëerd. Mogelijk was het de reden, dat de slag om Axel, waar de Polen ook hadden gevochten, uit de vergetelijkheid werd gehaald. De strijd van de Polen om Axel was zwaar. Dat bevestigen oude foto's, die een paar dagen na de strijd rond Axel in 1944 zijn genomen. Het valt ook te lezen in het verslag van kolonel Z.M. Szydlowski, de commandant van de Poolse 3e Brigade Jagers, waaruit ik en uit eigen herinnering put.
Slag om Axel
In september 1944 hoorde je aan het gerommel van artillerie in de verte dat er dichtbij gevochten werd. In de nacht trokken colonnes haveloze Duitse troepen te voet, op de fiets of met kar en paard door Axel naar het Noorden. Was je fiets niet goed verstopt dan was je hem kwijt. De Duitse soldaten vroeger om water en wilden weten hoe breed de Westerschelde was. Als ze hoorden van een kilometer of zeven, zag je hun gezicht betrekken. Mijn latere schoonmoeder, die na lang bonzen op de deur uit bed kwam en angstig open deed, verbond een aan de arm gewonde Duitse soldaat. 
De Polen hadden in het gebied rond Gent in België gevochten. Ze hadden de opdracht Axel te veroveren en de weg vrij te maken naar de haven van Terneuzen en naar de Westerschelde. Ten zuiden van Axel langs het kanaal Axel-Hulst waren de landerijen onder water gezet en de bruggen opgeblazen. Zwaar materieel kon er moeilijk opereren. Inunderen was geen uitvinding van de Duitsers en voor Axel niet nieuw. In zijn boek Maurits van Nassau beschrijft A. Th. van Deursen, dat prins Maurits, de zoon van Willem van Oranje, in juli 1586 als 19-jarige met de Engelsman Sir Philip Sidney leidinggevend aan drieduizend soldaten Axel veroverde op de Spanjaarden. Een veertigtal soldaten zwom met ladders de gracht over een veroverden een poort. De stad viel in hun handen en ze zetten het omringende land onder water.
Een compagnie van het Poolse 9e bataljon Jagers (onderdeel van de 3e Brigade Jagers) bevrijdde op 16 september 1944 Zuiddorpe, een dorp vier kilometer ten zuiden van Axel. Een groep verkenners werd naar Drieschouwen gestuurd op ongeveer een kilometer van Axel. Ze werd beschoten en leverde een fel gevecht. Een compagnie Jagers kwam ten noorden van Zuiddorpe onder kruisvuur uit de remise van de ZVTM (Zeeuws-Vlaamse Tramweg Maatschappij) in Drieschouwen te liggen. Twee Poolse soldaten sneuvelden en meerdere werden gewond. Om 16.00 uur nam het Poolse leger Drieschouwen in en zond een patrouille verkenners over de Kinderdijk naar Axel. Door de inundaties en de diepe Kleine Kreek lag de Kinderdijk aan beide zijden tussen water. Veel dekking was er niet en vanuit Axel hielden de Duitsers de weg onder schot. Toch bereikte de patrouille de opgeblazen brug vlak voor Axel. Onder zwaar vuur groeven ze zich in. Aan de andere kant van de brug deden de Duitsers hetzelfde. Een compagnie Jagers viel om 17.00 uur met lichte tanks de Duitse stellingen bij de brug aan om de daar ingegraven soldaten te ontzetten. Ze kwamen onder vuur van sluipschutters, van machinegeweren en geschut uit pantserwagens. Het kostte de compagnie binnen enkele minuten 4 doden en veel gewonden. Ze moest zich op Drieschouwen terugtrekken. 's Nachts deed ze een uitval om de achtergebleven gewonden te redden. De hele nacht werd er van beide zijden druk gepatrouilleerd. 
Gemotoriseerde Pantserartillerie van de Polen nam de zuidrand van Axel onder vuur. Vanuit de watertoren, tussen Drieschouwen en Axel, werd het artillerievuur geleid. Niet alleen de zuidrand van Axel lag onder vuur. Als zeventienjarige woonde ik bij mijn ouders op de Nieuwendijk aan de noordkant van Axel met broer en zus. Achter de woning lag een tramlijn en aan het begin van de straat 150 meter naar het centrum de (toenmalige) spoorlijn Terneuzen-Mechelen. Plotseling scheerder drie geallieerde vliegtuigen over het huis en wierpen bommen. De bommen kwamen terecht in een weiland voor het huis. Ruiten sneuvelden maar niemand werd geraakt, alleen een koe werd getroffen. Maar angst gaf voeding aan de neiging om het voor ons gevoel gevaarlijke gebied te ontvluchten, zeker toen de buren vertrokken. We vluchten naar de Oudeweg, die meer oostelijk lag. Veiliger was het er niet: de Poolse Artillerie beschoot de omgeving. Een granaat plofte tegen een muurtje van het huis waar we dekking zochten, maar ontplofte niet. Die onontplofte granaat voor de deur was de motivatie om verder te vluchten, de Beoostenblijsestraat van de Beoostenblijpolder in. 
Nauwelijks honderd meter in de Beoostenblijsestraat sloegen opnieuw de granaten in. We zochten dekking in een droge sloot. Niet helemaal veilig voor granaten die boven de grond ontploffen (kartetsgranaten). Een broer en een buurman werden licht gewond. Nadat het schieten ophield en het donker werd zochten we beschutting in de grote schuur van de boerderij Het Looseshof van 'herenboer' De Putter. Het dak van de schuur van de boerderij was door een granaat getroffen; er zat een groot gat in. In de nacht namen een groep Poolse verkenners een kijkje in de schuur. Ze deelden sigaretten uit en verdwenen. In de schuur lag een gewonde Duitse militair, die verpleegd werd door een jonge vrouw die bekend stond met Duitse soldaten te verkeren. Ze lieten de gewonde Duitser ongemoeid. 
Inmiddels had het 10e Regiment Dragonders, op dezelfde 16e september, het kanaal Axel-Hulst oostelijk van Axel bij de kapotte brug aan de Tweede Verkorting bereikt. De Duitsers hadden het kanaal niet continu bezet, maar opserveerden het o.a. vanuit de 60 meter hoge toren van de basiliek in Hulst. De torenspits overleefde de strijd niet. Er zit nog een hakenkruis in de vloer onder de herbouwde torenspits door Duitse waarnemers daarin gekerfd. Een Eskadron Jagers stak zwemmend en met bootjes het kanaal over ten oosten van het Tweede Plaatje. Kolonel Szydlowski noemt het in zijn rapport de sector Duboch. Die naam is me onbekend; mogelijk de naam van een boerderij. Het 1e Eskadron Dragonders kwam te voet tot de Steenovens en groef zich daar in. Andere Eskadrons namen stelling aan de Armendijk ten Westen van Kijkuit en ten oosten van het Tweede Plaatje. De bevoorrading van de Eskadrons in het bruggenhoofd moest worden onderhouden met bootjes of gewoon door het kanaal over te zwemmen. Het was een smal kanaal, maar door de inundaties was het tot de randen gevuld met water. Ervoor lagen de landerijen onder water. Ten zuiden van het kanaal liepen vier smalle landwegen door de inundaties.
In de nacht probeerde de Genie een brug te bouwen om tanks, antitankwapens, carriers (stalen voertuigen op rupsbanden) en ander zwaar materieel over te zetten. De Genie had om 01.00 uur op 17 september net een brugdeel klaar en was bezig het naar de overkant te schuiven toen de Duitse artillerie de bruggenbouwers en de kanaalovergang hevig onder vuur nam. Het brugdeel werd, met een carrier er op, stuk geschoten. De Polen kregen de opdracht om het bruggenhoofd in handen te houden. De gehele nacht lag het bruggenhoofd onder vuur. Af en toe ontstonden branden bij in puin geschoten boerderijen. Zeventien boerderijen en meerdere huizen aan de Armendijk tussen Kijkuit en het Tweede Plaatje gingen die nacht in vlammen op. 
Er is een verhaal van een boer (zijn naam is me niet bekend) wiens boerderij bij het treffen tussen Polen en Duitsers in de vuurlinie lag. Terwijl hij met zijn gezin in de kelder van zijn woning dekking zocht barstte er boven hem een hevig gevecht los. Nadat het even stil werd waagde hij het voorzichtig een kijkje te nemen. Rondom de boerderij lag het vol met gewonde, stervende en gesneuvelde Poolse militairen. Zo goed en zo kwaad als het ging probeerde hij de gewonden te helpen, maar moest de kelder weer invluchten toen de Duitse artillerie de boerderij onder vuur nam. Er verschenen Duitse tanks en nadat de Duitsers de boerderij weer bezetten beschoot de Poolse artillerie de boerderij, die in brand vloog. Kruipend kon de boer en zijn gezin de brandende boerderij ontvluchten; ze kwamen er levend af.
In de vroege ochtend van 17 september was er op het bruggenhoofd het geluid van rupsbanden te horen. De Duitsers vielen aan met tanks en pantserwagen gesteund door artillerie. In Hulst hadden de Duitsers Pantserartillerie en sterke stellingen. Het 2e Eskadron Dragonders dat in het oosten bij Kijkuit lag en het 3e Eskadron Dragonders in het westen bij het Tweede Plaatje moesten zich onder zware druk terugtrekken. De radioverbinding was slecht. Het 1e Eskadron Dragonders, dat bij Steenovens in het noorden van het bruggenhoofd lag, wist niet dat de andere Eskadrons terugtrokken. Tegen 07.00 uur merkte de commandant, dat er Duitsers achter hem waren. Onder hevig vuur moesten ook zij zich terugtrekken. Bij het ontbreken van antitankgeschut, pantserwagens en tanks moesten de Dragonders zich met geweren en handgranaten verdedigen. Veel soldaten van het Eskadron sneuvelden. Onder het onophoudelijke vuur van de Duitsers zochten de resten van de Eskadrons zwemmend een terugweg over het kanaal. De te hulp geschoten compagnie Jagers en een Eskadron Pantserjagers konden de Dragonder bij het ontbreken van een brug niet ontzetten. De dikke ochtendmist en de rook van de granaten maakten gericht schieten onmogelijk. Die ochtend verloor het 10e Regiment Dragonders 116 man aan doden en 30 Polen werden gevangen genomen. Het aantal gewonden was groot. 
Op de 18e vielen bij het patrouilleren over het kanaal zowel bij Polen als Duitsers doden en gewonden. Onder dekking van ochtendmist trok een Poolse patrouille over het kanaal bij de kapotte brug ten zuiden van Kijkuit. De patrouille schatte de sterkte van de Duitsers op een Compagnie. Dat leek gunstig om daar een bruggenhoofd te forceren. Tegen de avond om 16.00 uur stak een Compagnie Jagers van Podhale, gesteund door artillerie en pantserwagen, het kanaal over vanuit de richting Absdale en vormde een nieuw bruggenhoofd bij de opgeblazen brug ten zuiden van Kijkuit (de brug heet nu de Szydlowskibrug). Het was van groot belang dat de Genie een brug zou bouwen om zwaar materieel naar de overkant te krijgen.
De gehele nacht lag de bouw van de brug en het bruggenhoofd onder vuur en oefenden de Duitsers druk op het bruggenhoofd uit. Het materiaal voor de brug werd aangevoerd over een kilometer lange smalle weg tussen onder water staande of op zijn minst drassige velden, waar een rij bomen aan beide kanten van de weg en de muren van een café bij de brug minimale dekking boden. Een compagnie Jagers sloeg een aanval van de Duitsers vanuit Hulst af. Ze wisten het bruggenhoofd te behouden en de bouw van de brug te beveiligen. 
In de ochtend van de 19e was om 06.30 uur de brug klaar en onder dekking van opnieuw zware ochtendmist trokken twee Eskadrons Pantserjagers over de brug. Op het bruggenhoofd gingen Jagers van Podhale tot de aanval over. Gesteund door pantserwagens rolden ze de Duitse verdediging op en bezetten het Tweede Plaatje (de sector Dubosch). De Polen verloren vijf doden. De strijd was nog niet voorbij. Een Bataljon Jagers dat de brug wilde passeren kwam onder zwaar vuur. Twee pantserwagens werden getroffen en belemmerden enige tijd de doorgang. Pas toen die verwijderd waren was de weg vrij.
en 1e groep van de Jagers trok op naar het gebied rond de boerderijen Lusthof en Het Looseshof (de boerderij waar wij bescherming zochten) in de Beoostenblijpolder aan de noordoostkant van Axel en braken de tegenstand. Met een 2e groep veroverden ze de wegkruising bij de (toen nog bestaande) spoorwegovergang in Axel en de boerderij Nooit Gedacht van boer Dekker bij De Tol ten noorden van Axel. De 2e groep was slechts langzaam gevorderd, ze werd belemmerd door Duitsers die zich in boerderijen en inundaties verschansten en ook voor het verzorging van eigen Dragonders, die het eerste bruggenhoofd hadden gevestigd en na het dramatische gevecht met de Duitsers zich verborgen hadden gehouden. Omstreeks 12.00 uur werd Axel door de Polen bevrijd. De Duitsers waren gedemotiveerd, gaven zich over of trokken terug. Een aantal burgers werden bij de gevechten dodelijk getroffen, waaronder een zuster van mijn (latere) vrouw. Veel materieel werd door de Polen buitgemaakt en vele Duitsers gevangen genomen. Het is een dramatische gebeurtenis als legeronderdelen door eigen troepen worden beschoten. Het bleef de Polen niet bespaard. Een compagnie Pantserjagers zuiverde het gebied rond de Axelse Sassing. Ze namen 200 Duitsers gevangen en vorderden zo snel, dat de radioverbinding met de hoofdgroep werd verbroken. Mogelijk door het grote aantal Duitse gevangenen, werden ze door een eigen legeronderdeel voor Duitsers aangezien en beschoten. 
De weg naar de haven van Terneuzen en naar de Westerschelde lag open. Op 20 september werden Zaamslag en Terneuzen bevrijd. Er vielen daarbij geen Poolse slachtoffers. De Duitsers waren na de vierdaagse veldslag uit elkaar geslagen en boden geen georganiseerde tegenstand. Ze trokken in wanorde terug en probeerden, voor zover ze zich niet overgaven, in boten en schepen de overkant van de Schelde te bereiken. Vele volgeladen boten werden door vliegtuigen en artillerie beschoten en bereikten de overkant niet. Oost Zeeuws-Vlaanderen was bevrijd. 
Vele Poolse soldaten zijn daarbij gesneuveld of gewond. De verliezen aan Duitse kant waren nog groter. Twaalf Polen, die in een massagraf lagen, zijn herbegraven op het katholieke kerkhof in Axel. De meeste gesneuvelde Polen zijn herbegraven op de Poolse militaire begraafplaats bij Breda: Breda is op 29 oktober 1944 door Polen bevrijd. De gesneuvelde Duitsers zijn op Duitse militaire begraafplaatsen in Duitsland herbegraven.
Na het kijken en luisteren naar het tvverslag over Market Garden, kwam de slag om Axel en de rol van de Polen bij de bevrijding van Oost Zeeuws-Vlaanderen weer in mijn herinnering en schreef ik dit verhaal.
Piet Scheele.
Reactie. meer op http://members.chello.nl/pscheele/herdenken.html